Achtergrond Mendel
Om de voordelen van genetica zichtbaar te maken in de dagelijkse wereld van de leerlingen vertrekken we van een fruitveiling in problemen. Deze veiling krijgt te veel groot fruit binnen dat aan te lage prijzen verkoopt. Externe hulp wordt gezocht om dit probleem aan te pakken.
Via het kalibreren in de veiling, dit is het op maat sorteren van het aangevoerde fruit , wordt de leerling het begrip normaalverdeling aangereikt. Dit begrip kan in een zijweg desgewenst verder uitgediept worden. Na enkele inleidende begrippen hoe selectie werkt krijgt de leerling zelf de kans een eerste selectie uit te voeren (fenotypische selectie).
Deze selectie roept een aantal vragen op, ondermeer waarom bepaalde kruisingen die schijnbaar identiek zijn een verschillend resultaat opleveren. Om dit probleem te verklaren, wordt in een volgende fase ingegaan op de wetten van Mendel. Via een model worden de begrippen homozygoot , heterozygoot, dominant en recessief aangebracht. Vervolgens wordt kort ingegaan op de resultaten van Mendel om deze dan te verklaren met behulp van het kwadraat van Punnett. De leerling zal dit kwadraat leren opstellen en interpreteren. Om de kenmerken bij populaties te bestuderen wordt in een zijspoor de wet van Hardy-Weinberg aangeboden.
Eens de leerling het kwadraat van Punnett kan hanteren, beschikt hij over een hulpmiddel om de selectie sneller en vlotter te laten verlopen. Hij mag deze zonet verworven kennis dan ook toepassen in een tweede selectie, ditmaal een genotypische selectie.
In het besluit worden de fenotypische en genotypische selectie met elkaar vergeleken. Het resultaat van de selectie wordt aan de veilingmeester overgemaakt. Deze heeft echter een bedenking bij dit resultaat: kan het geen kwaad dat de verdelingscurve versmald is.
Vanuit dit gegeven kan dan in de klas verder gewerkt worden rond biodiversiteit.
